CBME’s Anti Pest Protocol Sportscholen

Kopieer de onderstaande tekst naar uw website of maak een link naar deze pagina van het CBME.

1. Doel Pestprotocol CBME

Dit Anti Pest Protocol heeft als doel om alle kinderen zich bij ons op de sportschool veilig te laten voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen. Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier te kunnen gaan sporten. Het is opgesteld om goed te kunnen reageren op situaties waarin een kind wordt gepest of pest. We doen dat door regels en afspraken zichtbaar te maken voor kinderen en volwassenen zodat als er zich ongewenste situaties voordoen, zij elkaar kunnen aanspreken op deze regels en afspraken.

1.1 Wanneer is er sprake van plagen en wanneer is er sprake van pesten?

Een definitie van pesten luidt als volgt: “Pesten is het systematisch uitoefenen van psychische en/of fysieke mishandeling door een leerling of een groepje leerlingen van één of meer klasgenoten, die niet (meer) in staat zijn zichzelf hiertegen te verdedigen.” Een kind wordt gepest wanneer het herhaaldelijk last heeft van negatieve acties van een ander (fysiek, verbaal of psychologisch, direct of via internet of mobiel) die op hem of haar zijn gericht, en waarbij de macht ongelijk is verdeeld. Bij plagen is sprake van incidenten.

Pesten echter gebeurt systematisch: een aantal keren per week, een keer per week of in ieder geval regelmatig. Het is belangrijk om het verschil duidelijk te hebben, ook voor de kinderen zelf. Het meest eenvoudig onderscheid is dit: Plagen gebeurt in het zicht van de leraar. Pesten gebeurt achter de rug van de leraren om. Daarom weet een leraar zelden uit zichzelf wat er zich precies afspeelt tussen de kinderen onderling. De leerkracht moet hierover worden geïnformeerd door de leerlingen zelf of door de ouders van de gepeste leerling. Wij gaan er van uit dat in de meeste gevallen dat een kind zich gepest voelt, de ‘pester’ niet de bedoeling heeft de ander pijn te doen. Wanneer de gevolgen voor de gepeste duidelijk worden gemaakt aan de pester, zijn de meeste kinderen bereid hiermee te stoppen.

En als dat niet voldoende is, dan wordt duidelijk gemaakt wat de sociale gevolgen voor de pester zelf zullen zijn (cruciaal in het ontstaan en het in stand houden van pesten zijn de reacties van leeftijdsgenoten op de pester. Zolang deze het pesten blijven aanmoedigen, is het voor de pester moeilijker om hiermee te stoppen. Heerst er in een klas een mentaliteit van respect en vertrouwen, dan zal er minder gepest worden dan wanneer er een onveilige sfeer heerst, waarin kinderen zich moeten bewijzen en bezig zijn met hun status in de groep).

• Pesten gebeurt per definitie achter de rug om van diegene die kan ingrijpen, zoals een leraar of een vader/moeder. Dat betekent dat er goed moet worden samengewerkt tussen leraren van de sportschool en ouders enerzijds en dat kinderen moet worden geleerd hoe zij kunnen aangeven dat zij zich gepest voelen, of merken dat er in de dojo of kleedkamer wordt gepest. Pesten komt helaas ook bij sportscholen voor. Het is een probleem dat wij onder ogen willen zien en dus ook serieus willen aanpakken. Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden:

• Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen (gepeste kinderen, kinderen die pesten en de zwijgende groep leerlingen die niets doet), de leraren en/of instructeurs en de ouders/verzorgers (hierna genoemd: ouders)

• De sportschool moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

• Als pesten optreedt, moeten leraren en/of instructeurs dit in samenwerking met de ouders kunnen signaleren en een eenduidige stelling innemen.

• Wanneer pesten, ondanks alle inspanning, toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak. Zie hiervoor punt 5: stappenplan

• Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert dan zal er overlegd worden over een andere aanpak, eventueel met hulp van externe instanties. De vertrouwenspersonen binnen onze sportschool aangaande pestgedrag zijn: (vul hier de namen van de betreffende personen in)

2. Preventief pestbeleid

De leraren en instructeurs van onze sportschool zorgen voor een veilig sportklimaat waarin iedereen zich veilig kan voelen en kan sporten. Daarnaast willen wij de kinderen enkele kernpunten aanreiken:

• Denk goed over jezelf en de ander.
• Pieker niet in je uppie, maar deel je zorgen met anderen, bij voorkeur met je ouders.
• Denk oplossingsgericht.
• Geef op een nette manier je mening en accepteer ook de kritiek die je terugkrijgt. Voel je daarbij niet meteen aangevallen.
• Onze sportschool maakt onderscheid tussen onvermogen en onwil.
•  Is er sprake van onvermogen, dan mag de leerling erop vertrouwen dat hiermee rekening wordt gehouden. De sportschool draagt zorg voor passende hulp of begeleiding. De betreffende leerling heeft veel te leren in een moeizaam proces. De leiding toont hiervoor begrip en beraamd zich over het vervolg.
• Is er sprake van onwil, dan krijgt de leerling een grens gesteld, ook als dat samengaat met onvermogen. Bij onwil kan er geen beroep meer worden gedaan op begrip vanuit de omgeving. Het kan namelijk niet zo zijn dat de omgeving overal rekening mee moet houden, en dat het onwillige kind om wat voor reden dan ook “de eigen gang” mag gaan.
• Hulp in de vorm van een maatje/buddy/tutor (bemiddeling).

2.1 Het klimaat van de sportschool

(Vul hier de naam van uw school in) vindt een goed pedagogisch klimaat zeer belangrijk. Dat uit zich in aandacht voor normen en waarden die we vanuit de identiteit van de sportschool belangrijk vinden.

Wij vinden de sfeer waarin een kind moet opgroeien van groot belang om zo een volwaardig mens te worden. Wij stellen daarom een vriendelijk en veilig klimaat, met orde en regelmaat, op prijs. Pas als het kind zich veilig voelt, kan het zich ontwikkelen. Juist regelmaat geeft het kind kansen. Daarom hanteren we binnen onze sportschool de volgende afspraken in alle groepen en spreken die met de leerlingen door en af. Hierbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de leerlingen. De afspraken worden “vertaald “ naar het niveau van de kinderen en krijgen een plaats in de klas. We hopen zodoende dat er een preventieve werking van uitgaat en spreken de kinderen, die zich niet aan de gemaakte afspraken houden, daarop aan. Afspraken:

• Ik behandel anderen, zoals ik zelf behandeld wil worden.
• Ik doe vriendelijk en help waar ik kan.
• Ik ben voorzichtig met spullen van mijzelf en die van iemand anders.
• Wij spelen zoveel mogelijk met elkaar

Alle groepen werken volgens dezelfde budo-principes van; vertrouwen, wederzijds respect, veiligheid en rust. Dit heeft geleid tot eenzelfde pedagogische huisstijl door alle medewerkers. Door middel van het structureel toepassen van de budo-basisprincipes in onze huisstijl probeert (naam van uw school) de veiligheidsbeleving telkens te verhogen. De eeuwenoude budo-basisprincipes kennen een heldere aanpak die vandaag de dag nog steeds zeer goed aansluit bij de doelstellingen van het onderwijs binnen onze sportschool en de belevingswereld van de leerling. Bij de naleving van de budo-basisprincipes wordt geen rekening gehouden met culturele verschillen. Iedereen is immers volledig gelijk in aanzien en dus ook volledig gelijk in aanpak.

3. Indien er toch sprake is van pestgedrag?

Indien er toch sprake is van pesten gaan we daar als actief mee om: We gaan uit van de aanbevelingen uit de hieronder beschreven aanpak. Deze is ontwikkeld door de landelijke organisaties voor ouders in het onderwijs. Wil je pesten effectief bestrijden dan zal je de volgende vijf groepen moeten meenemen.

3.1 Vijf sporen aanpak: De leraar of instructeur (signaleren en aanpakken)

Leraren en instructeurs hebben een sleutelrol in de aanpak van het pesten. Zij zijn de eerstverantwoordelijken voor de aanpak van het pesten. Het is belangrijk dat zij pesten vroegtijdig signaleren en effectief bestrijden. De leraren of instructeurs worden ondersteund door de vertrouwenspersonen die, als het nodig is, ook buiten de klas met individuele kinderen of met groepjes kinderen aan de slag gaan. De ouders In deze fase zal de leraar, instructeur of de vertrouwenspersonen, afhankelijk van de ernst, de ouders op de hoogte stellen. Desnoods zal er een door de sportschool georganiseerd gesprek plaatsvinden met de betrokken ouders om te praten over de oplossing. Leraren, instructeurs en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing. De leraren en instructeurs bieden altijd hulp aan het gepeste kind en begeleiden de pester, indien nodig in overleg met de ouders en/of externe deskundigen.

3.2 Hulp aan de pester Algemeen:

Er wordt uiteraard met de pester gesproken. Dit kan een probleemoplossend gesprek zijn (op zoek naar de oorzaak) om vervolgens de gevoeligheid voor wat hij met het slachtoffer uithaalt te vergroten, gekoppeld aan afspraken met evaluatiemomenten. Het advies is om de pester even de gelegenheid te bieden om zijn leven te beteren alvorens zijn ouders bij zijn wangedrag te betrekken. Natuurlijk is dit wel afhankelijk van de ernst van het pestgedrag. Begeleiding van de pester:

• Praten; zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling buitengesloten voelen).
• Laten zien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.
• Excuses aan laten bieden
• In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft
• Pesten is verboden in en om onze sportschool! Wij houden ons aan de volgende regels; wij straffen als het kind wel pest en belonen daarentegen kinderen die zich aan de regels houden.
• Kind leren niet meteen kwaad te reageren, leren beheersen (eerst-nadenken-houding).
• Een andere manier van gedrag aanleren.
• Contact tussen ouders en de sportschool; elkaar informeren en overleggen.
• Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:
• Een problematische thuissituatie
• Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen)
• Voortdurend in een niet-passende rol worden gedrukt
• Voortdurend met elkaar de competitie aangaan
• Een voortdurende strijd om de macht in de les, in de buurt of in het reguliere onderwijs
• Zoeken van een sport of club; waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn
• Inschakelen hulp; sociale vaardigheidstrainingen; jeugdgezondheidzorg; huisarts; GGD.

3.3 Hulp aan het gepeste kind

Uiteraard moet vooral ook hulp aan het slachtoffer worden geboden.

Kinderen die voortdurend worden gepest, kunnen op verschillende manieren reageren. De meeste kinderen worden passief en zitten er duidelijk mee. Een enkel gepest kind gaat als reactie zelf uitdagen. Beide vormen van gedrag zijn “aangeleerd”, in de zin van “reacties op uitstoting‟. Dit gedrag kan ook weer afgeleerd worden. In dit geval zijn bijvoorbeeld sociale vaardigheidstraining en/of op zelfverdediging gaan goede interventies. Uw kind van de betreffende zelfverdedigingssport afhalen is om deze reden juist geen goede beslissing. Voor het aanleren van weerbaarheidsvaardigheden bent u binnen een zelfverdedigingsschool op het juiste adres. Begeleiding van de gepeste leerling:

▪ Medeleven tonen, luisteren en vragen hoe en door wie er wordt gepest.
▪ Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat doet hij/zij voor tijdens en na het pesten
▪ Laten inzien dat huilen of boos worden juist vaak een reactie is die een pester wil uitlokken. De leerling in laten zien dat je op een andere manier kunt reageren
▪ Zoeken en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld je niet afzonderen
▪ Het gepeste kind in laten zien waarom een kind pest.
▪ De mogelijk eigen rol binnen het pestgedrag op een opbouwende manier in laten zien
▪ Nagaan welke oplossing het kind zelf wil
▪ Sterke kanten van de leerling benadrukken
▪ Belonen wanneer de leerling zich anders/beter opstelt
▪ Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s)
• Het gepeste kind niet over beschermen bijvoorbeeld naar de sportschool brengen of “Ik zal het de pester wel eens gaan vertellen”. Hiermee plaats je het gepeste kind in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog meer toe kan nemen. Daarnaast rekenen wij op een volwassen en rationele benadering van de ouders.

3.4 Hulp aan de zwijgende middengroep

Om de zwijgende middengroep tot bondgenoot in de strijd tegen het pesten te maken zijn de volgende acties mogelijk:

• Pesten aan de orde stellen in de medeleerlingen bijvoorbeeld door aandacht voor dit pestprotocol en het onderwerp regelmatig terug te laten keren. Telkens in andere bewoordingen en ook gebruikmakend van verschillende werkvormen.
• Als een leraar of instructeur met de klas spreekt over pesten is het raadzaam geen pestsituatie in de klas als uitgangspunt te nemen maar het onderwerp daar bovenuit te tillen. Gebeurt dit niet dan kunnen de leerlingen het probleem ontkennen, bagatelliseren, het slachtoffer de schuld geven of zeggen dat het maar een grapje is. Ook kan de pester zijn/haar slachtoffer gaan bestraffen voor het “verklikken” tegen de leiding.
• Via rollenspel of spelvorm het buitengesloten zijn aan den lijve laten ondervinden.

3.5 Hulp aan de ouders

Ouders van gepeste kinderen:
1. Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek met uw kind.
2. Als het pesten niet op de sportschool gebeurt, maar op straat of in het reguliere onderwijs, probeert u dan contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken. Licht hierbij wel tevens de leraren en/of instructeurs van onze sportschool in.
3. Pesten op de sportschool kunt u het beste direct met de leraren/instructeurs bespreken
4. Door positieve stimulering en complimentjes kan het zelfrespect van uw kind vergroot worden of weer terug keren.
5. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een zelfverdedigingssport waarbij men met weerbaarheid en veiligheid wordt geconfronteerd. Er is daar immers geen betere plek voor dan de dojo.
6. Steun uw kind in het idee dat er gegarandeerd een einde aan het pesten komt

Ouders van pesters:
1. Neem het probleem van uw kind altijd serieus, dus ook wanneer uw belevingswereld verschilt
2. Raak niet in paniek: Elk kind loopt kans een pester te worden of te worden gepest
3. Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen
4. Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet
5. Besteed extra aandacht aan uw kind
6. Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een zelfverdedigingssport waarbij men met weerbaarheid en veiligheid wordt geconfronteerd.
7. Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind 8. Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van de sportschool staat

Alle overige ouders:
1. Neem de ouders van het gepeste kind serieus
2. Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan
3. Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag
4. Geef zelf het goede voorbeeld
5. Leer uw kind voor anderen op te komen
6. Leer uw kind voor zichzelf op te komen

4. Stappenplan anti-pestprotocol

Iedere melding van pestgedrag dient serieus genomen te worden en te worden geverifieerd. Op het moment dat een leerling, een ouder of een collega melding maakt van pestgedrag worden de volgende stappen ondernomen. Deze 5 stappen zijn erop gericht om het pestgedrag zo snel mogelijk te stoppen.

Stap 1
De leraar of instructeur heeft een afzonderlijk gesprek met de leerling die pest (de pester) en de leerling die gepest wordt (de gepeste). Aan de hand van zo concreet mogelijke voorvallen uit het recente verleden wordt een analyse gemaakt en de ernst van de situatie ingeschat. Indien wenselijk kan de leerkracht de vertrouwenspersoon op de hoogte stellen. Het team wordt op de hoogte gesteld van het pestgedrag waarop zij een beter toezicht kunnen houden tijdens de lessen in de dojo alsook in de kantine en de kleedkamers en de hal.

Stap 2
De leraar of instructeur heeft een gezamenlijk gesprek met de pester en de gepeste. Het probleem wordt duidelijk en helder geformuleerd. In overleg met beide partijen worden concrete afspraken gemaakt om pestgedrag tegen te gaan/te stoppen. Als er meerdere kinderen uit de groep betrokken zijn bij het pestgedrag zal de leraar of instructeur klassikaal aandacht schenken aan het probleem, waarbij gebruik gemaakt kan worden van beschikbare methoden. Er zal benadrukt worden dat alle kinderen zich veilig moeten voelen op school. Het melden van pesten is geen klikken! Angst om zaken te melden zal moeten worden weggenomen. Binnen één week vindt de eerste evaluatie plaats. Leraren en instructeurs zullen nauwkeurig observeren.

Stap 3
In geval dat ouders melding hebben gemaakt van pestgedrag dan wordt dit teruggekoppeld naar de ouders. Er worden mededelingen gedaan m.b.t. de afspraken. Met de ouders wordt afgesproken dat er na de eerste evaluatie weer contact opgenomen zal worden. Deze stap zal ook worden genomen als de leerkracht de situatie als ‘ernstig’ inschat, zonder dat ouders hiervan melding hebben gemaakt.

Stap 4
Gesprek met pester en gepeste (de leraar of instructeur kan zelf inschatten wat het beste is: gezamenlijk of afzonderlijk). Is het gelukt om de afspraken na te komen? Zo ja; dan de afspraken handhaven/bijstellen en een volgend gesprek over twee weken. Zo nee: analyse opstellen, waardoor het mis is gegaan. De leraar of instructeur overlegt met de vertrouwenspersonen (tevens de directie) die erbij zullen worden betrokken. Er wordt een handelingsplan opgesteld voor de komende twee weken. Dit plan wordt met de ouders gecommuniceerd.

Stap 5
Na twee weken is er opnieuw een gesprek tussen de leraar of instructeur en leerling(en). Verslag wordt uitgebracht aan de vertrouwenspersonen. Zijn de effecten positief? Dan langzamerhand afbouwen. Zo niet? Dan een nieuw handelingsplan opstellen waarbij eventueel ook externe deskundigheid ingeschakeld kan worden. Opmerkingen: a) Alle concrete acties en afspraken worden door de leraar of instructeur vastgelegd in de klassenmap. b) Acties en afspraken dienen erop gericht te zijn het pesten onmiddellijk te stoppen en het gedrag te veranderen. Eventueel kan er besloten worden om een stap 6 te ondernemen:

5. Grensoverschrijdend gedrag
De school heeft als uitgangspunt dat kinderen zich niet willen misdragen. Maar het kan misgaan. Dat is niet erg. Het zijn leermomenten. Maar er reizen vragen zoals: Hoe ga je het de volgende keer doen? Hoe herstel je de emotionele en/of materiële schade? Kunnen we op deze manier weer verder met elkaar? Wangedrag kan zich op verschillende manier manifesteren:

• Verbaal: vernederen, schelden, bedreigen, belachelijk maken, bijnamen geven, roddelen, Belachelijk maken of bedreigen op internet (social media), buitensluiten tijdens de les.
• Fysiek: schoppen, knijpen, slaan, spugen, krabben, bijten, trekken, laten struikelen.
• Materieel: stelen, onder kladden, verstoppen van kleding en/of spullen, spullen kapotmaken van een medeleerling of van de sportschool, fietsbanden lekprikken. Het doet zich een enkele keer voor dat een leerling zich wenst te misdragen en/of vindt daartoe het recht te hebben. “Ik zit er niet mee. Het is niet mijn probleem! Nou en…. moet ik zelf toch weten. Ik doe het de volgende keer gewoon weer.”

Stap 6
Gesprek met alle ouders uit de groep over het pestprobleem in de les. Dit met name als er sprake is van een grote zwijgende groep onder de leerlingen die niet op het pestgedrag reageert of durft te reageren of wanneer ouders van de pester of de gepeste niet voor reden vatbaar blijken te zijn. Dit gesprek wordt geleid door een directielid. De leraren of instructeurs van de groep zijn op deze avond aanwezig. Doel: informatieverstrekking en wat kunnen ouders doen om het gedrag te beïnvloeden? Er zal ook gestimuleerd worden dat ouders onderling contact zoeken.

In dat geval wordt ter plekke contact opgenomen met de ouders. Zolang de ouders niet te bereiken zijn en/of niet op de sportschool zijn verschenen, wordt deze leerling uit de les verwijderd. De rest van de leerlingen wordt in deze beschermd tegen het gedrag van deze leerling. Het gesprek met de ouders wordt oplossingsgericht gevoerd en voldoet aan de criteria zoals die in het voorgaande zijn omschreven. Als de ouders van mening zijn dat hun kind zich mag misdragen (bij deze invaller, want die kan niet lesgeven; ten opzichte van dat kind, want die doet altijd vervelend, heeft een rare moeder… enz.) wordt de leerling per direct uit de klas verwijderd. We noemen dit de eerste verwijdering! Tijdens de verwijdering wordt overwogen of deze leerling kan worden teruggeplaatst in de eigen les.

Terugplaatsing is volledig afhankelijk van het idee dat de ouders en het verwijderde kind erop nahouden, namelijk of zij zich bereid zijn zich alsnog aan te passen of er voor kiezen te blijven steken in de gedachte het recht te hebben zich te mogen misdragen. Als het kind zich niet wil misdragen dan wordt een begeleidingsplan voor gedrag uitgewerkt, waaraan de ouders meewerken en kan het kind kan worden teruggeplaatst.

Als dat niet mogelijk is (de ouders en de leerling zijn van mening dat het zich mag misdragen omdat…), dan kan het zich misdragende kind bij uitzondering, namelijk wanneer reactief gedrag niet kan worden uitgesloten, in een andere groep worden geplaatst. Is er echter duidelijk sprake van actief misdragend gedrag en ondersteunen de ouders of een ouder hierin het kind, dan zal deze partij per direct de toegang worden ontzegt. Op deze manier wordt de leerling geholpen zich te houden aan de binnen Sam Lung Martial Arts opgestelde budo-gedragsregels.

Begrijpt de leerling na verloop van tij dat hij/zij zich moet houden aan de budo-gedragsregels van de sportschool, dan kan hij/zij worden teruggeplaatst naar de eigen groep.

5.1 Stappenplan grensoverschrijdend gedrag:

1. Directie, vertrouwenspersoon, leraar of instructeur vanuit de bedrijfshiërarchie inschakelen om te ondersteunen en bij te staan.

2. Contact opnemen met de ouder(s) van dit kind. Proberen ter plekke, telefonisch of door middel van directe afspraak met de ouders te overleggen hoe nu verder te handelen. In contact met de ouders wordt verteld wat het probleem is en wat de intenties van hun kind lijkt te zijn. Aan de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd of zij de intenties van hun kind wel of niet ondersteunen. 

3. Zolang de ouders niet op de sportschool zijn geweest, wordt de leerling de toegang tot de les ontzegd. Kern van deze laatste aanpak is de banden van deze leerling doorsnijden met de medeleerlingen, zodat er niet kan worden gemanipuleerd door de betreffende leerling. De directie beslist in overeenstemming met betrokkenen, ouders en leerkracht over een eventuele schorsing van de pester van maximaal één week. Mocht dit meerdere keren noodzakelijk zijn dan zal er worden overlegd of er een verwijderingsprocedure voor de pester(s) in gang kan worden gezet.

 6. Evaluatie

Dit pestprotocol wordt om de vier jaar geëvalueerd.

7. Websites

Meer informatie over het tegengaan van pesten is te vinden op: www.pestweb.nl
www.primamethode.nl
www.kanjertraining .nl
www.cbme.nl